Versnellingen


 

De snelheid van de laserspot moet bij de start nauwkeurig op de startsnelheid van de sportman afgestemd zijn. De laserspot mag niet te snel of te langzaam gaan. Aan de hand van opgenomen LPM data van schaatsers tijdens wedstrijden is de versnelling bij de start geanalyseerd voor schaatsers.

 

Lineaire versnelling

 

De meest eenvoudige manier van de simulatie van de start is door middel van een lineair oplopende snelheid. Zoals te zien is in het onderstaande figuur (Figuur 1: gestippelde lijn), zal de schaatser snel inlopen op de laserspot. De versnelling kan ook opgedeeld worden in drie delen, in deze drie delen loopt de snelheid ook weer lineair op (Figuur 1: gestreepte lijn). Uit een test in Thialf blijkt dat ook bij deze manier van versnellen de schaatser inloopt op de laserspot. In LTSport wordt een lineaire versnelling gebruikt voor het berekenen van de overgang van de beginsnelheid van een segment naar de eindsnelheid van het segment met uitzondering van het eerste startsegment.

 



Figuur 1



Figuur 2